Alle etappes van 2011
Heenreis | Etappe 1 | Etappe 2 | Etappe 3 | Etappe 4 | Etappe 5 | Etappe 6 | Etappe 7 | Etappe 8 | Etappe 9 | Etappe 10 | Etappe 11 | Etappe 12 | Etappe 13 | Etappe 14 | Etappe 15 | Etappe 16 | Etappe 17 | Terugreis
05-09-2011
Larrau > Lurbe St. Christau (72 km)
We ontbijten lekker uitgebreid in de chabre d’ hôte. Bij ons aan tafel zitten nog 2 andere mensen. Een grote hobbit-achtige man met een rood t-shirt aan (schijnt gigantisch gesnurkt te hebben) en zijn vrouw. We gaan op weg. De eerste kilometers vallen mee, maar al snel wordt het zwaar. De Col de Soudet ligt voor ons. Het is weer behoorlijk werken. We passeren een paar wandelaars. Willem maakt daar nog een praatje mee. Het weer is goed, dat wil zeggen, het regent (nog) niet. Ik ben een stukje vooruit gefietst. Willem neemt veel foto’s. Op de col is alweer geen col-bord te bekennen. Er komt nog een mannetje naar ons toe om onze fietsen te bewonderen. We zitten op 3,5 kilometer van de Spaanse grens. Het is behoorlijk koud hierboven.

De afdaling is lang en prachtig. Af en toe wel riskant, want grote stukken weg is los grind. We hebben weer eens haast, want het loopt alweer tegen tweeën, wat inhoudt dat het moeilijk wordt om een lunch te vinden. We kopen ergens (ik denk Issor) wat snoep en wat fruit voor het geval we geen lunch kunnen krijgen. Het lukt ons inderdaad niet om ergens te eten. Gaat het ook nog miezeren. Het lijkt ons beter om te stoppen en een hotel of kamer te zoeken. Een hotel waar we aankloppen zit vol met een buslading Denen en bij een chambre d’ hôte wordt niet opengedaan. We proberen nog een telefoonnummer te bellen dat staat vermeld bij de chabre d’ hôte. Geen gehoor. We worden allebei sjacharijnig. Ik iets meer dan Willem. Gelukkig is er een paar honderd meter verderop een kuuroord met hotel. Onderweg daarheen word ik nog teruggebeld door de chambre d’ hôte. Vette pech voor hun.

Het is een mooi resort gelegen in een bosrijke omgeving. Het is een complex bestaande uit een aantal ietwat mysterieuze gebouwen. Het geheel doet wat verlaten aan. De dame bij de receptie heeft iets dik-gezelligs over zich. Op de gang bij onze kamers hangen allemaal mooie oude posters. Onze fietsen krijgen een eigen stal, die op slot kan. Onze kamers hebben een eigen keukentje. Er staat een welkomstpakket voor ons klaar met wat snoep en een blikje fris. We hebben uren de tijd en ik ga in bad en tv kijken op bed. Als ik het bad vol laat lopen, is het even schrikken. Er komt roodbruin water uit de kraan. Willem heeft hetzelfde. We speculeren dat het wellicht speciaal kuuroord-water is. Ik bel toch maar even de receptie. Het blijkt aarde te zijn die in het water terecht is gekomen tijdens het noodweer van de afgelopen dagen. Even laten lopen en dan is het weer ok. We gaan eten in Au Bon Coin, een restaurant een eindje terug waar we hebben gereserveerd. We worden bediend door een ober die ons allebei een beetje doet denken aan Joost Kollöffel. Hij belooft wat extra pasta nadat ik vertel dat we op fietstocht zijn. Hij zegt dat de laatste 3 kilometer van de Col de Marie Blanque, die morgen als eerste op het programma staat, 15% klimmen is. Dat blijkt later erg mee te vallen.




