100 Cols Dagboek De Tocht De Cols Over Ons Zoek ☰

Etappe 14


03-09-2011

Plaisance > Navarrenx (111 km)

We gaan ontbijten in Plaisance, bij hetzelfde cafe waar we de avond tevoren hebben gezeten. Als we op weg gaan is het grijs weer, maar wel droog gelukkig. We fietsen een paar kilometer te ver door, waardoor we iets om fietsen. Ik zie de hele tijd overal lekkere druiven hangen. Ik houd het niet langer en pluk een flinke tros. Willem plukt blanke druiven. We lunchen in Arzacq-Arraziguet in een Baskisch restaurant. We hebben een heerlijke rijkgevulde grove soep en een of ander tussengerecht en ook nog pasta met worsten (Willem neemt tagiatelle met ham). De serveerster is nogal sjacharijnig. Het duurt allemaal vrij lang. Als we afrekenen en weggaan is het restaurant volgestroomd met een heleboel jonge gasten. Het lijkt wel een bataljon soldaten of iets dergelijks.

IMG_9891

Willem aait een ezel. Ik vind een dode eekhoorn. Ik zie een andere wegrennen. Ik raap hem op en leg hem in het gras zodat ie niet platgereden wordt. Het lijkje voelt nog warm aan. We hebben nog wat statiefmomenten en ik film nog een afdaling. Er is een irritante automobilist die een vrachtwagen inhaalt, waardoor wij in de knel komen. Over het algemeen zijn de Franse automobilisten zeer beleefd in het weggebruik ten aanzien van fietsers.

We hebben nog een akkefietje tijdens een statiefmoment. Willem zet de camera op een prive-weggetje neer, een beetje aan de kant. Net als wij voorbij willen fietsen komt er opeens een traktor uit het niets opduiken. Willem probeert nog paniekerig snel bij het weggetje te zijn, maar de traktor is veel te snel en draait het weggetje in. Willem houdt zijn hart vast, maar de boer ziet gelukkig de camera staan en rijdt er omheen. Oef.

DSC07264

Nog een laatste klim en dan komt Navarrenx – ons einddoel – in zicht. Het is een mooie vestingstad. Ik zie de Pyreneeën al onheilspellend opdoemen in de verte. Nu wordt het menens. We vinden een prima schone camping, het lijkt wel een Britse kolonie. De campingmevrouw is ook Engels. We gaan na het opzetten van de tenten in het stadje op zoek naar een restaurantje. We eten in Auberge du Bois op aanraden van de campingmevrouw. Een rechttoe rechtaan aanschuif-restaurant met eten wat de pot schaft. Je moet gaan zitten en een mevrouw met kort grijs haar in een bloemetjesjurk zet een roestvrijstalen kom met Baskische soep voor je neer. Er wordt niets gevraagd. Er volgen nog 4 andere gangen: gerookte ham met worteltjessalade, kip met patat, kaas en een ijsje (Willem neemt een puddinkje). 10 euro per persoon. De vrouw zet alles zwijgend neer. Er zitten en paar tafels verderop drie mannetjes die rare geluiden maken. Het is het plaatselijke dialect (Baskisch). Daar versta je amper wat van. We hebben nog nooit zoiets gehoord.


Comments are closed.