Etappe 26


08-09-12

Molieres Cavaillac > Vebron
63 km

We beginnen de dag met een kop koffie in Le Vigan. We worden een voor een aangestaard door een klein meisje. De eerste col, de Col de Miniers is lang (± 21 kilometer). Gelukkig is het niet erg steil. We maken een filmshot aan het begin en ook een paar keer tijdens de klim. Willem doet het rustig aan. Ik ga hard naar boven. Ik hoor jagers roepen, honden blaffen en geweren knallen, klinkt als een drijfjacht. Willem had het uiteraard ook gehoord. Hij is het er niet mee eens (de jacht). Ik stop een paar keer. We hangen onze tenten te drogen. Komt er nog een man een grapje maken, dat we het basiskamp zijn of zoiets.

Bij een uitkijkpunt ergens halverwege de klim kun je volgens een informatiebord de zee zien in de verte. Helaas is het te heiig. Een Duitse mevrouw waarschuwt ons voor een koe op de weg een eindje verderop. De koe staat er nog. Op de col organiseren we een afsluitend statiefmoment. We dalen niet echt veel tot aan de volgende klim. We gaan lunchen in L’Esperou. De keuken is eigenlijk gesloten, maar het lukt toch om omeletten met pommes de terre te bestellen.

Tijdens de klim naar de Mont Aigoual krijgen we nog twee tussencolletjes, de Col de la Sereyrede en de Col de Prat Peyrot. Als we de top van de berg naderen is het een drukte van belang met veel auto’s en motoren. Er is een soort weerstation met een restaurant waar we een diabolo grenadine en een stempel halen bij twee jongedames.

Nog 1 colletje (nauwelijks klimmen) en dan volgt een afgrijselijk mooie afdaling door een Grand Canyon-achtig landschap. Ik heb de helmcamera overgenomen. De afdaling eindigt bij een pittoreske fontein met ‘eau potable’ uit de bron van Clauzels. We fietsen door een schitterende vallei en we gaan in Vebron op de camping. Het is een sprookjes-achtig dorpje. De epicerie is nog open en er is geen restaurant dat open is, dus doen we wat boodschappen: schapenvlees in witte wijn, aardappelpuree, haricots uit blik, yoghurtjes en streekbier uit de Tarn (Tarnonaise).

We maken een praatje met de schijnbaar aardige campingmevrouw. Onze pot is leeg en komen tot de conclusie dat er geen pinautomaat is de komende 50 kilometer, of we moeten een ommetje van 25 kilometer maken naar Florac, zoals zij suggereert. We harken al onze poen bij elkaar en besluiten morgen toch maar te pinnen in de eerstvolgende plaats op de route: St. Jean du Gard.

Willem krijgt het aan de stok met de campingmevrouw. Hij gaat afwassen in de wasruimte voor kleren en dat is absoluut niet de bedoeling. Ze is erg boos en waarschijnlijk zeer zuinig op haar mooie nieuwe sanitairblok. Tot overmaat van ramp lukt het Willem ook niet om het licht uit te doen, het blijft de hele nacht branden. Hij meent ook een everzwijn gehoord te hebben midden in de nacht vlak bij zijn tent.

< Vorige | Volgende >

Comments are closed.