Etappe 23


05-09-12

Limoux > St. Pons
109 km

In Limoux beginnen we onze dag op een terras van een Grand Cafe in rare veel te diep zittende stoelen met een slap bakkie. Willem haalt croissants aan de overkant. Ze zijn wat oudbakken. We besluiten en 2e ronde koffie te doen in een volgend dorp, ook omdat ik nog in het Dagboek moet schrijven.

Eerst krijgen we nog 2 colletjes voordat we in St. Hilaire een wat beter koffie nuttigen. We doen ook boodschappen voor de lunch: pate de canard, 2 grapefruits, tomaat en wat snoep.

We gaan richting Carcassonne. We jatten wat druiven uit een wijngaard. We missen bijna nog een afslag naar rechts in een afdaling. We fietsen min of meer om Carcassonne heen via een mooie weg. Op een gegeven moment verschijnt een indrukwekkende vesting. Het lijkt een beetje op een afbeelding uit ‘Les Tres Riches Heures’ van Duc de Berry. In Carcassonne gaan we richting het station, want het is een verplichte stempelplaats. Ik haal stempels voor ons beiden aan een loket bij een mevrouw, die ons erg ‘courageux’ vindt. Helaas is de datum op het stempel 2 dagen oud.

We fietsen de stad uit over een merkwaardig schelpen-fietspad langs een bruin-groen kanaal met pleziervaart. Een dikke man met ontbloot bovenlijf en een biertje in zijn hand zwaait naar ons. Ik ben de hele tijd bang voor een lekke band. We moeten een sluis oversteken naar de andere kant van het kanaal. Het is allemaal een beetje onduidelijk, maar uiteindelijk zitten weer op het juiste spoor.

We gaan verder op de D620, een drukke rotweg. Het loopt tegen enen en dan gaan alle Fransen de weg op voor de lunch, dus is het vrij druk. We zullen nog een hele tijd op deze weg blijven. We stoppen nog even bij een oude verlaten ruïne van een molen (denken we). We besluiten verder te rijden om op zoek te gaan naar een lunchplek die beter geschikt is, omdat het hier nauwelijks mogelijk is om beschut een broodje te eten. Op een gegeven moment duiken we een officiële plek op met picknicktafels van composiet-materiaal en een hele vieze vuilnisplek. Het lukt me niet goed om een plek in de schaduw te krijgen. We beleggen onze broodjes met zeer dikke plakken pate, we vullen onze bidons bij de kraan met drukknop en gaan weer op weg.

Vanaf Caunes (?) begint een 20 kilometer lange klim naar de Col de Salette. Het is een mooie weg met oude vervallen bruggen en veel appelbomen. We beleven nog een paar statiefmomenten. In de afdaling na de col stoppen we bij een uitkijkpunt: ‘Roc Suzadou’. Willem pelt zijn grapefruit. Wie wat bewaart heeft wat. Ik had de mijne al opgegeten bij de lunch. Hij geeft me een stukje omdat ik zo zielig kijk. Het uizicht is schitterend.

Ik zag nog twee mannen een tank groen schilderen ergens in de bossen. Willem had ze ook gezien.

Op de kruising naar St. Colombe word ik gebeld door Joost Leur, een vriend van me, of hij mijn cirkelzaag mag lenen.

De ruitebeschrijving klopt niet helemaal, maar we vinden toch de weg. Gelukkig zie ik nog het col-bord van de Col de St. Colombe. Dit was de laatste klim voor vandaag. Er volgt een lange glooiende afdaling naar St. Pons, waar we een Intermarché in duiken voor de boodschappen. Vanavond wordt het Ratatouille uit blik, worsten, couscous, knoflook-rozemarijnchips, wijn en ananassap. We doen even een drankje op een terras en we gaan naar de camping.

Op de camping moet Willem zijn ID kaart afgeven, wat volgens de wet helemaal niet mag. Er ontstaat een ongemakkelijk gesprek. De campingbaas staat te barbequen. Met een worst-omdraaitang in zijn hand legt hij uit dat hij nu niet in de gelegenheid is om meteen af te rekenen. Mokkend levert Willem zijn ID in.

Het is veel te laat. In het donker zitten we uitegbreid te koken en moeten alle dagelijks klussen ook nog afhandelen. Willem vertelt dat dit niet de manier is waarop hij vakantie wil vieren. Ik ben het roerend eens. We moeten het logistiek anders gaan anpakken.

< Vorige | Volgende >

Comments are closed.