Etappe 27


09-09-12

Vebron > St. Jean du Gard
90 km

We ontbijten op een bankje buiten de camping. Het is zondag, maar gelukkig verkoopt de epicerie wel brood. De mevrouw van het winkeltje zagen we gisteren buiten uren lang kletsen. Ik aai een kat die komt buurten.

We hebben vanochten weer jagers gehoord in de bossen. We gaan op weg. Het is nog behoorlijk koud. Het klimmetje is aardig steil, de Col de Solperiere. Er is boven jammergenoeg weer eens geen col-bord. Het sterft weer eens van de groepen motoren. Ik leg mijn tent te drogen. Als Willem bovenkomt legt hij zijn tent ook te drogen. We gaan verder naar de Col des Faisses, daar is gelukkig wel een bord. Dat geldt ook voor de Col du Rey.

We drinken een kop koffie in een soort bejaardenrestaurant in Barre-des-Cevennes. Er volgt een lekkere mooie afdaling. Het uizicht is prachtig. We passeren nog een mini kasteeltje. We komen aan in Ste. Croix Vallee Francaise. Het is daar erg druk. Er is ook een soort marktje. Beetje alternatieve mensen (Ruigoord-achtig) allemaal. We nemen een drankje op een afgeladen terras. Heel veel kinderen. We vermoeden een bruiloft gezelschap.

We vervolgen onze weg en stuiten op twee Nederlanders op racefietsen. We praten wat en gaan met ze op de foto. Ze rijden met ons de ‘Cote de Ste. Croix’ (!) op. Tijdens het klimmen vertellen we over onze tocht en het stempelboekje wat daar bijhoort. Op dat moment realiseren we ons dat hadden moeten stempelen in Barre. Met lood in de schoenen draaien we weer om en zeggen de Nederlanders gedag.

Ik stel voor om alleen terug te fietsen naar Barre-des-Cevennes zonder bagage om voor ons allebei stempels te halen. Dat lijkt me efficiënter. Ik moet 15 kilometer terug omhoog. Zonder bagage vlieg ik omhoog. Ik ga naar het bejaardenrestaurant waar we eerder koffie hadden gedronken en haal bij een wat onwillige dame de stempels, die ik zelf maar moet zetten. Ik ben binnen een uurtje weer terug.

We pakken de draad weer op. De ‘Cote de Ste. Croix’ is behoorlijk zwaar, misschien ook door dit onvoorziene oponthoud. Boven eten we een sandwich jambon (en Willem ook nog eentje met kaas) om hongerklop te voorkomen. We fietsen naar de Col de l’Exil via een mooi dorpje en daarna over een wat grotere weg. Vanaf hier gaan we verder naar de Col de St. Pierre. Daar doen we een statiefmoment dat mislukt omdat de camera gekanteld staat.

We dalen af richting St. Jean du Gard en besluiten daar te blijven. Na wat zoeken vinden we een 3-sterren camping. Een schoonmaker wijst me op een straaltje water uit een pijpje bij een bron met een roestige afgesloten deur waar je lekker water kunt tappen. Ik maak gebruik van een wasmachine. Op weg naar het dorp om te eten redt Willem een egel van een wisse dood, omdat deze op de weg zit. Hij pakt hem op en laat hem over een hek op de grond ploffen. We zitten frisgewassen in het stadje en gaan zo eten. We zitten op een ongelofelijk lawaaierig terras. Een mannetje met een shaggie in zijn mond ruimt met veel kabaal van kletterdende stoelen het terras op en verzoekt ons naar een ander tafeltje te verhuizen. Een meisje is heel erg druk met haar hond ‘Zanga’ bezig die ze midden op het pein laat kakken. Bah. De kerktoren op het plein heeft een blauw schijnsel.

Het lukt mij niet om te pinnen. Willem helpt ons uit de brand met zijn creditcard. Bij het restaurant zien we nog een van de Nederlanders die we eerder die dag waren tegengekomen. Als we teruggaan om te slapen rijdt Willem in het aardedonker de ingang van de camping voorbij. Ik hoor nog midden in de nacht een ijselijke kreet.

< Vorige | Volgende >

Comments are closed.