Etappe 30


12-09-12

Aubignan > Carpentras
85 km

Vandaag staat de Mont Ventoux op het programma. Willems buurman (Ton) is nog niet wakker (in ieder geval niet thuis) als we vertrekken. Mijn buurman wenst ons nog succes. Er is ook een Belg die ons uitnodigt voor een kopje koffie. Ik zeg ‘Dat is lief aangeboden, maar we gaan liever in het dorp op een terras.’ We gaan naar hetzelfde terras met de ruige dikke ober van gisteren. Hij en zijn vrouw waarschuwen ons dat er dit jaar al 6 doden op de ‘berg’ zijn gevallen (de Mont Ventoux dus). We komen nog de buurman van Willem tegen en maken een praatje met het Nederlandse stelletje dat gisteren ook op het terras zat en waarvan ik dacht dat het geen Nederlanders waren.

We gaan op weg. Het begint kalm. Het is lichtbewolkt. Er lijkt qua weer geen vuiltje aan de lucht. Er komt een niet al te steil cotetje om in te komen. Vanaf Bedoin begint de klim naar de Mont Ventoux officieel. We filmen het begin met het ‘ouvert’ bord. De eerste kilometers zijn niet erg steil, maar vanaf St. Esteve wordt het serieus, 10% et cetera door een bosrijk landschap heen. We halen nog een Nederlands stelletje op mountainbikes in, waarvan de jongen zit te bellen tijdens het fietsen. Hij vraagt aan ons ‘Gaat het goed?’

We doen een statiefmoment. Als ik op een betonnen paal op Willem sta te wachten om een foto te maken, denkt hij dat ik op mijn stuur sta. We halen nog meer mensen in op mountainbikes. Er zijn uiteraard veel fietsers op deze beroemde beklimming. Het valt ons op dat het bekende groeten van mede-fietsers nu vrijwel altijd achterwege blijft. We zijn een van de velen. Het is hier te gewoon.

Halverwege gaan we lunchen. Het eten is lekker, maar het laat allemaal erg lang op zich wachten tussen de gangen in. Ik droog maar langzaam op (zweet). Het begint te miezeren als we aan de tweede helft van de klim beginnen. Het landschap is inmiddels veranderd in het typerende Ventoux-maanlandschap met de witte stenen en de zwart-geel gestreepte meetpaaltjes langs de weg. Het wordt steeds natter en het waait hard. Het uitzicht wordt helaas ontnomen door wolken, desalniettemin erg space.

We passeren het monument ter nagedachtenis van Tom Simpson, die hier in 1967 dood van zijn fiets viel tijdens de Tour de France, door uitputting als gevolg van overmatig doping- en drankgebruik. De laatste kilometer is als toetje 11% klimmen.

Boven aangekomen op de top bij het weerstation is het erg koud en nat. Het is 4 graden celsius. Het lukt ons ternauwernood om een foto van het col-bord te maken. Het uitzicht is knudde vanwege het weer. Er komt een mannetje naar ons toe die een foto van ons samen maakt voor het bord, helaas in 2 gedeelten. We gaan schuilen in de souvenirwinkel en doen wat inkopen. We maken een praatje met de winkeliers. Als we een stempel vragen zegt de vrouw van de winkel ‘Is dat voor de 3 keer?’ ‘Nee, voor de 100.’ antwoordt Willem. Ze kent de tocht wel, zegt ze. Ze vraagt of onze auto in Malaucene staat. Als we vertellen dat we alles bij ons hebben op onze fiets, zijn ze onder de indruk. Als we naar buiten gaan is het inmiddels een beetje aan het opentrekken en kunnen we toch nog even van het uitzicht genieten.

De afdaling is mooi door dennenbossen heen, maar ijskoud. Bevroren vingers. In Malaucene aangekomen halen we ons laatste stempel van dit jaar. In de eerste garage waar we aankloppen zitten twee oudjes aardappels te schillen. Het is geen garage meer. De volgende garage is wel nog als zodanig in gebruik en ze hebben ook nog een stempel voor ons.

We fietsen via een mooi rustig weggetje richting Carpentras. Daar aangekomen zoeken we de camping municipal. het is een grote verlaten camping met een rare ingewikkelde plattegrond, er is niemand bij de receptie. Er staat wel een groep Nederlandse jongens, waarvan een paar die we ook op de Ventoux waren tegengekomen. Ze zeggen dat je alleen koud kunt douchen. We flansen een redelijk chique Cassoulet de canard in elkaar.

< Vorige | Volgende >

Comments are closed.